ECLI:NL:RBSGR:2005:AV7716
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E.P. Maten
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning asiel voor dochters op grond van artikel 29 Vreemdelingenwet 2000
Eisers, van Afghaanse nationaliteit, hebben een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel ingediend voor zichzelf en hun minderjarige kinderen. Verweerder heeft deze aanvragen afgewezen wegens onvoldoende documenten ter staving van het relaas en onduidelijkheid over nationaliteit en reisroute. De rechtbank heeft in een eerdere uitspraak het beroep van eisers gegrond verklaard, waarna verweerder nieuwe besluiten nam die opnieuw tot afwijzing leidden.
Het geschil spitst zich toe op de vraag of de dochters van eisers, die zussen zijn van de hoofdpersoon die een verblijfsvergunning heeft, in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder e, Vw 2000. Eisers betogen dat het besluit onzorgvuldig is voorbereid en dat het vertrouwensbeginsel is geschonden. De rechtbank oordeelt dat de beleidsregels en de wet duidelijk maken dat alleen echtgenoten of minderjarige kinderen die feitelijk tot het gezin behoren in aanmerking komen, en dat de dochters van eisers hier niet onder vallen.
De rechtbank acht het beleid niet onredelijk en volgt verweerder in de uitleg van artikel 29 Vw Pro 2000. Ook wordt het argument van toerekenbare ongedocumenteerdheid terecht aan eisers tegengeworpen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Er wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van eisers tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel voor hun dochters wordt ongegrond verklaard.