ECLI:NL:RBSGR:2005:AV3973
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. van Rij
- Rechtspraak.nl
Geen verrekening van betaalde heffingsrente bij definitieve aanslag inkomstenbelasting
Eiser, een zelfstandig beroepsbeoefenaar, maakte bezwaar tegen de wijze van verrekening van heffingsrente bij zijn definitieve aanslag inkomstenbelasting 2001. Hij had op voorlopige aanslagen heffingsrente betaald en stelde dat deze rente als betaalde belasting verrekend moest worden bij de definitieve aanslag. Verweerder stelde dat heffingsrente geen onderdeel is van de belasting zelf en daarom niet verrekend mag worden.
De rechtbank overwoog dat heffingsrente een fiscale compensatie is voor het tijdsverschil tussen het ontstaan van de belastingschuld en de daadwerkelijke betaling, bedoeld om de schatkist te compenseren voor gemiste rente. Het is geen sanctie of een onderdeel van de belasting zelf. De wettelijke bepalingen en de opmaak van de aanslagbiljetten ondersteunen deze uitleg.
De rechtbank concludeerde dat de betaalde heffingsrente niet als betaalde belasting kan worden verrekend bij de definitieve aanslag. Het beroep van eiser werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en oordeelt dat betaalde heffingsrente niet als betaalde belasting mag worden verrekend bij de definitieve aanslag.