ECLI:NL:RBSGR:2005:AV1489
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- F. Van Rossum
- J. Kuijer
- J. Jofriet
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor oorlogsmisdaden en foltering in Afghanistan door hoofd militaire inlichtingendienst
De verdachte, een voormalig hoge officier in de Afghaanse militaire inlichtingendienst KhAD-e Nezami, werd verdacht van oorlogsmisdaden en foltering gepleegd in Kabul tussen 1979 en 1989. Hij was hoofd van de afdeling verhoor en betrokken bij systematische mishandelingen van gevangenen, waaronder het toedienen van elektrische schokken en fysieke mishandeling.
Tijdens de procedure voerde de verdediging aan dat het gebruik van verklaringen uit het asielproces in strijd was met het nemo tenetur-beginsel en dat de privacy van de verdachte was geschonden door overdracht van IND-bestanden aan het Openbaar Ministerie. De rechtbank verwierp deze verweren, stellende dat de verklaringen niet onder dwang waren afgelegd en dat de privacy-inbreuk gerechtvaardigd en proportioneel was.
De rechtbank oordeelde dat er sprake was van een niet-internationaal gewapend conflict in Afghanistan in de relevante periode en dat de slachtoffers beschermde personen waren zoals bedoeld in het humanitair oorlogsrecht. De verklaringen van diverse getuigen, waaronder slachtoffers en deskundigen, werden als betrouwbaar beoordeeld.
De verdachte werd schuldig bevonden aan medeplichtigheid aan oorlogsmisdaden en foltering en veroordeeld tot een gevangenisstraf van 9 jaar, met aftrek van de voorarresttermijn. De ernst van de feiten, het internationale karakter van de misdrijven en de maatschappelijke impact in Nederland werden meegewogen bij de strafoplegging.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 9 jaar gevangenisstraf wegens oorlogsmisdaden en foltering in Afghanistan.