ECLI:NL:RBSGR:2005:AU9942
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- J.P. Smit
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering
Verzoeker, een Nepalese asielzoeker, diende op 4 juli 2005 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Het eerste besluit van 9 juli 2005 wees de aanvraag af, waarna verzoeker beroep instelde. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit op 27 juli 2005, met de opdracht aan verweerder om een nieuw besluit te nemen.
Verweerder nam op 6 september 2005 een nieuw besluit, wederom afwijzend, waarbij hij de afwezigheid van reis- en identiteitsdocumenten als tegenwerping gebruikte. Verzoeker stelde dat dit buiten de opdracht van de rechtbank viel en onvoldoende was gemotiveerd. De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder de eerdere uitspraak ten onrechte terzijde had gesteld en op een andere grondslag had beslist zonder de vereiste motivering.
De voorzieningenrechter stelde vast dat verweerder slechts mocht motiveren uitgaande van een geloofwaardig asielrelaas en dat de beoordeling van de vrees voor vervolging opnieuw moest plaatsvinden met inachtneming van de eerdere uitspraak. Het ontbreken van documenten mocht niet zonder nadere motivering als reden worden gebruikt om het asielrelaas ongeloofwaardig te achten.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen omdat in de hoofdzaak werd beslist. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten, die aan de griffier betaald moeten worden, en de Staat der Nederlanden werd aangewezen als de rechtspersoon die het griffierecht moet vergoeden.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.