ECLI:NL:RBSGR:2005:AU9918
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- S.G.M. Buys
- Rechtspraak.nl
Afwijzing mvv-aanvraag wegens verbroken feitelijke gezinsband en geen aanvaardbare toekomst in land van herkomst
Eiser heeft een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) aangevraagd met het doel gezinshereniging bij zijn vader in Nederland. Verweerder heeft deze aanvraag geweigerd omdat de feitelijke gezinsband tussen eiser en zijn vader als verbroken wordt beschouwd, mede vanwege een referteperiode van ruim dertien jaar waarin zij gescheiden waren. Daarnaast is niet gebleken dat eiser geen aanvaardbare toekomst heeft in zijn land van herkomst.
Eiser stelde dat de eis van een feitelijke gezinsband in strijd is met Richtlijn 2003/86 en dat de rechtbank deze richtlijn rechtstreeks moest toepassen. De rechtbank oordeelde echter dat de richtlijn op het moment van het bestreden besluit nog niet geïmplementeerd was en dat toetsing aan de richtlijn daarom niet aan de orde was.
De rechtbank overwoog verder dat het overlijden van de grootvader niet automatisch betekent dat eiser geen aanvaardbare toekomst heeft, aangezien hij bij zijn grootmoeder woont en niet is aangetoond dat zij of andere naaste bloed- of aanverwanten niet voor hem kunnen zorgen. Ook het beroep op artikel 8 EVRM Pro faalde omdat het gezinsleven niet zodanig wordt belemmerd dat een positieve verplichting tot verblijf in Nederland ontstaat.
Gelet op het beleid en de omstandigheden was de weigering van de mvv-aanvraag niet onredelijk en het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de weigering van de mvv-aanvraag wegens verbroken feitelijke gezinsband en geen niet-aanvaardbare toekomst in het land van herkomst.