ECLI:NL:RBSGR:2005:AU8801
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging gezamenlijk gezag afgewezen; gewone verblijfplaats minderjarigen bij vader vastgesteld
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde het verzoek van de vader om het gezamenlijk gezag over drie minderjarige kinderen te beëindigen en het gezag uitsluitend aan hem toe te kennen. Dit verzoek werd primair ingediend, met een subsidiair verzoek om de gewone verblijfplaats van de kinderen bij de vader vast te stellen.
De moeder was niet verschenen, ondanks behoorlijke oproeping. De vader stelde dat de moeder sinds haar vertrek uit de woning geen zorg meer voor de kinderen draagt en dat communicatie tussen partijen ernstig verstoord is. Hij overhandigde een briefje van de moeder waarin zij geen contact wenst en toestemming geeft voor alleenstaand gezag aan de vader.
De rechtbank oordeelde dat de communicatieproblemen niet zodanig ernstig zijn dat de kinderen klem of verloren zouden raken tussen de ouders. Ook bleek uit een verklaring van de moeder dat zij medewerking verleent aan belangrijke beslissingen. Gezien de korte periode sinds het vertrek van de moeder en het ingrijpende karakter van het beëindigen van gezamenlijk gezag, wees de rechtbank het primaire verzoek af.
Wel werd vastgesteld dat de kinderen momenteel bij de vader verblijven, waar zij naar school gaan en hun sociale leven hebben. De moeder wenst geen invulling te geven aan de dagelijkse verzorging. Daarom bepaalde de rechtbank dat de gewone verblijfplaats van de minderjarigen bij de vader zal zijn, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
Uitkomst: Het verzoek tot beëindiging van het gezamenlijk gezag wordt afgewezen en de gewone verblijfplaats van de minderjarigen wordt bij de vader vastgesteld.