ECLI:NL:RBSGR:2005:AU8219
Rechtbank 's-Gravenhage
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen vreemdelingenbewaring wegens gevaar nationale veiligheid en onttrekking aan uitzetting
Eiser, een Libische vreemdeling, werd op 8 november 2005 in vreemdelingenbewaring gesteld op grond van het vermoeden van onttrekking aan uitzetting en een ambtsbericht van de AIVD dat hem als gevaar voor de nationale veiligheid aanmerkt. Hoewel eiser in het bezit was van een W-document en een financiële toelage ontving, oordeelde de rechtbank dat hij niet beschikte over een geldig identiteitspapier zoals vereist volgens artikel 4.21 van het Vreemdelingenbesluit 2000 en onvoldoende middelen van bestaan had om in zijn levensonderhoud en terugreis te voorzien.
De rechtbank constateerde een kennelijke misslag in het besluit van 8 november 2005 doordat niet was vermeld dat eiser een gevaar vormde voor de nationale veiligheid en ongewenst was verklaard. Deze misslag werd echter binnen een redelijke termijn hersteld door verweerder op 9 november 2005. Eiser was op de hoogte van zijn ongewenstverklaring en de gronden voor bewaring. De rechtbank verwierp het standpunt van eiser dat het W-document geldig was ten tijde van de aanhouding en dat hij voldoende financiële middelen had.
Verder oordeelde de rechtbank dat de bewaring gerechtvaardigd was gezien het belang van de openbare orde en nationale veiligheid. Ook was er geen grond voor het oordeel dat verweerder onvoldoende voortvarend handelde bij de voorbereiding van de uitzetting. De procedure en tenuitvoerlegging voldeden aan de wettelijke vereisten. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.