ECLI:NL:RBSGR:2005:AU7286
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E.H.B.M. Potters
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit verblijfsvergunning wegens onjuiste rechtsgrondslag overgangsrecht
Eiser diende op 17 maart 2004 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met als doel verblijf bij zijn partner. Verweerder wees de aanvraag af op 11 februari 2005 en verklaarde het bezwaar ongegrond bij besluit van 20 april 2005. De rechtbank oordeelt dat verweerder ten onrechte het oude vreemdelingenrecht (Vreemdelingencirculaire 1994) heeft toegepast, terwijl het overgangsrecht van artikel 116 Vreemdelingenwet Pro 2000 slechts drie jaar na inwerkingtreding (1 april 2001) geldt. Het besluit is genomen na deze periode, waardoor het oude recht niet meer van toepassing is.
De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State die bevestigt dat artikel 116 Vreemdelingenwet Pro 2000 geen beleidsruimte biedt om het oude recht na de overgangsperiode toe te passen. Hierdoor is het bestreden besluit strijdig met artikel 116 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 en dient het te worden vernietigd.
Verder oordeelt de rechtbank dat verweerder de proceskosten van eiser moet vergoeden en het betaalde griffierecht moet terugbetalen. Verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de juiste wettelijke bepalingen.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens onjuiste toepassing van het overgangsrecht en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.