ECLI:NL:RBSGR:2005:AU6914
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.J. van den Bergh
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op samenwoning als waren zij gehuwd op grond van artikel 1:160 BW
De man verzocht de rechtbank vast te stellen dat de vrouw samenleeft met haar bovenbuurman als waren zij gehuwd, op grond van artikel 1:160 BW Pro. De rechtbank onderzocht of sprake is van een volledige levensgemeenschap met kenmerken van een normaal huwelijk, zoals duurzaamheid, affectiviteit, samenwonen en wederzijdse verzorging.
Uit getuigenverklaringen en het observatieverslag van Bureau De Rijk bleek dat de vrouw en haar bovenbuurman een affectieve en duurzame relatie hebben. Zij wonen echter in aparte woningen, waarbij de man en vrouw veelvuldig bij elkaar op bezoek zijn, maar niet samenwonen. De verklaringen van omwonenden en betrokkenen bevestigden dat er geen sprake is van een gemeenschappelijke huishouding of financiële verstrengeling.
De rechtbank concludeerde dat de relatie eerder een LAT-relatie betreft en dat niet is voldaan aan de cumulatieve eisen van artikel 1:160 BW Pro. Daarom werd het verzoek van de man afgewezen.
De procedure omvatte meerdere getuigenverhoren, onder meer van een detectivebureau, de betrokkenen zelf en familieleden. De vrouw zag af van contra-enquête. De rechtbank handhaafde de eerdere beschikking van 14 december 2004 en wees het verzoek definitief af.
Uitkomst: Het verzoek tot vaststelling van samenwoning als waren zij gehuwd wordt afgewezen wegens ontbreken van cumulatieve vereisten.