ECLI:NL:RBSGR:2005:AU6399
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.D. Veenendaal
- I. Obbink-Reijngoud
- M. van Loenhoud
- Rechtspraak.nl
Ontheffing ouderlijk gezag wegens ongeschiktheid moeder en belang continuïteit pleeggezin
De Raad voor de Kinderbescherming verzocht de rechtbank om de moeder te ontheffen van het ouderlijk gezag over haar minderjarige kind, dat sinds kort na geboorte in een pleeggezin verblijft. De moeder is verslaafd en heeft herhaaldelijk contact gehad met justitie, waardoor zij ongeschikt wordt geacht het gezag uit te oefenen.
De minderjarige verblijft al ruim tweeëneenhalf jaar in het pleeggezin en heeft daar een stabiele hechtingsrelatie opgebouwd. De Raad benadrukt dat een terugkeer naar de moeder niet mogelijk is vanwege het onzekere toekomstperspectief en de ongeschiktheid van de moeder. De moeder is weliswaar bereid het kind in het pleeggezin te laten opgroeien, maar deze bereidheid wordt als onvoldoende duurzaam en stabiel beoordeeld.
De rechtbank overweegt dat het belang van de minderjarige bij continuïteit en stabiliteit in de opvoedingssituatie zwaarwegend is. De ontheffing van het gezag wordt daarom uitgesproken en de Stichting Bureau Jeugdzorg Haaglanden wordt benoemd tot voogd. De moeder blijft wel een rol in het leven van het kind houden, maar het gezag wordt definitief aan de stichting overgedragen.
Uitkomst: De moeder wordt ontheven van het ouderlijk gezag en de Stichting Bureau Jeugdzorg Haaglanden wordt benoemd tot voogd.