ECLI:NL:RBSGR:2005:AU6044
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke boete wegens illegale tewerkstelling en niet naleven identiteitspapieren Wet arbeid vreemdelingen
Eiser werd door de Arbeidsinspectie op 5 januari 2005 betrapt op het laten verrichten van arbeid door een vreemdeling zonder de vereiste tewerkstellingsvergunning en het niet vaststellen en administreren van diens identiteitspapieren. Eiser betwistte dat hij als werkgever in de zin van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav) moest worden aangemerkt en voerde aan dat de overtredingen hem niet konden worden toegerekend.
De rechtbank oordeelde dat het begrip werkgever in de Wav ruim is en dat eiser onder deze definitie valt, ook al had hij een uitzendorganisatie ingeschakeld. Het feit dat de vreemdeling slechts kort werkte en dat de identiteitspapieren niet konden worden gecontroleerd vanwege een snelle inspectie, rechtvaardigt volgens de rechtbank geen matiging van de boete.
De boete van in totaal €5.500,- is gebaseerd op de beleidsregels en tarieflijst voor bestuurlijke boetes binnen de Wav. De rechtbank benadrukte dat de boetes niet onevenredig hoog zijn gezien het doel van de wet om illegale tewerkstelling, uitbuiting en concurrentievervalsing tegen te gaan. Het beroep is ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de boete van €5.500,- wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen.