ECLI:NL:RBSGR:2005:AU3696
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking van besluit inzake machtiging tot voorlopig verblijf en de gevolgen voor het beroep tegen niet tijdig nemen van een nieuw besluit
In deze zaak heeft de Rechtbank 's-Gravenhage op 22 september 2005 uitspraak gedaan in een beroep tegen de intrekking van een besluit door de Minister van Buitenlandse Zaken. Eiseres, een Ecuadoraanse vrouw, had een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) ten behoeve van haar en haar minderjarig kind, met als doel verblijf bij haar partner. Het bestreden besluit van 29 april 2005, waarin het bezwaar van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag ongegrond werd verklaard, werd door de verweerder ingetrokken. Eiseres handhaafde haar beroep en stelde dat dit nu gericht moest worden gezien tegen het niet tijdig nemen van een nieuw besluit.
De rechtbank overwoog dat, hoewel het bestreden besluit was ingetrokken, eiseres nog steeds belang had bij een beoordeling van de rechtmatigheid van het niet tijdig nemen van een nieuw besluit. De rechtbank oordeelde dat de indiening van het faxbericht van 29 juni 2005 voldeed aan de vereisten van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) voor het instellen van beroep. De rechtbank merkte op dat de intrekking van het besluit pas één dag voor de zitting had plaatsgevonden, waardoor eiseres niet in staat was om op reguliere wijze beroep in te stellen.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het niet tijdig nemen van een besluit en droeg de verweerder op om binnen vier weken na de uitspraak een beslissing te nemen op het bezwaar van eiseres. Tevens werd de verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiseres, vastgesteld op € 322,-, en werd het betaalde griffierecht van € 138,- aan eiseres vergoed. De rechtbank benadrukte dat de vertraging in de besluitvorming voor rekening van de verweerder kwam, aangezien deze niet tijdig had beslist op het bezwaar van eiseres.