ECLI:NL:RBSGR:2005:AU2928
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ingangsdatum verblijfsvergunning bij tweede asielaanvraag en procesbelang
Eiseres, van Iraanse nationaliteit, diende een tweede aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke werd toegekend met ingang van de datum van deze tweede aanvraag. Zij stelde beroep in tegen de ingangsdatum, stellende dat de vergunning met ingang van haar eerste asielaanvraag had moeten worden verleend, mede vanwege een verkrachting die zij tijdens de eerste procedure niet kon melden.
De rechtbank oordeelde dat verweerder het beleid hanteert waarbij een verzoek tot heroverweging via een herhaalde aanvraag moet worden ingediend, waarbij de datum van de tweede aanvraag als uitgangspunt geldt. Dit beleid is niet kennelijk onredelijk en eiseres voerde geen omstandigheden aan die dit zouden veranderen.
Verder erkende eiseres dat de omstandigheden die tot de vergunning leidden pas bij de tweede aanvraag bekend waren. De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht geen eerdere ingangsdatum heeft gehanteerd, gelet op artikel 44, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werden geen proceskosten toegewezen. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de ingangsdatum van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.