ECLI:NL:RBSGR:2005:AU1291
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om voorlopige voorziening tegen weigering verblijfsvergunning op grond van mvv-vereiste en driejarenbeleid
Verzoekster, een Angolese vrouw die sinds 1999 in Nederland verblijft, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd onder de beperking van tijdsverloop in de asielprocedure. Deze aanvraag werd door verweerder afgewezen omdat verzoekster niet voldeed aan het driejarenbeleid en niet beschikte over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv).
Verzoekster stelde dat het mvv-vereiste haar niet tegengeworpen kon worden omdat het voor haar gewenste verblijfsdoel geen mvv kan worden aangevraagd en dat terugkeer naar Angola onmogelijk is vanwege het ontbreken van reisdocumenten en de bedreigende situatie aldaar. De voorzieningenrechter oordeelde echter dat het beleid en de wetgeving het mvv-vereiste wel rechtvaardigen en dat verzoekster niet had aangetoond dat zij uitzonderlijke omstandigheden had die vrijstelling zouden rechtvaardigen.
De rechtbank stelde vast dat het indienen van het bezwaarschrift geen schorsende werking heeft en dat verweerder niet bevoegd was de aanvraag af te wijzen wegens het niet betalen van leges. De afwijzing op grond van het ontbreken van een geldige mvv was echter rechtsgeldig. De hardheidsclausule werd niet toegepast omdat geen uitzonderlijke omstandigheden waren aangetoond.
De voorzieningenrechter concludeerde dat het bezwaar ongegrond is en dat het verzoek om een voorlopige voorziening moet worden afgewezen. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en het bezwaar tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.