ECLI:NL:RBSGR:2005:AU0888
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- D. Allewijn
- Rechtspraak.nl
Bevestiging loonsanctie wegens onvoldoende reïntegratie-inspanningen bij WAO-aanvraag
Eiseres, een transportonderneming met voornamelijk chauffeurs, diende een WAO-aanvraag in voor haar werknemer die knieproblemen had en niet meer als chauffeur kon functioneren. Verweerder legde een loonsanctie van vier maanden op wegens onvoldoende reïntegratie-inspanningen, met name het te laat inzetten van het tweede spoor.
De rechtbank oordeelt dat de reïntegratie-inspanningen inderdaad onvoldoende waren, omdat het arbeidskundig onderzoek pas in mei 2004 plaatsvond terwijl al in januari/februari 2004 duidelijk was dat terugkeer in het eigen werk niet mogelijk was. Hierdoor werd het tweede spoor te laat ingezet.
De opgelegde loonsanctie wordt als evenredig beschouwd om het tijdverlies te compenseren. Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard. Tevens wordt benadrukt dat het alsnog inzetten van het tweede spoor voor het einde van de wachttijd niet voorkomt dat een reparatoire sanctie kan worden opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en de loonsanctie van vier maanden blijft gehandhaafd.