ECLI:NL:RBSGR:2005:AU0851
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning en ongewenstverklaring op grond van nationale veiligheid onvoldoende onderbouwd
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de voorzieningenrechter van de Rechtbank 's-Gravenhage geoordeeld over de voorlopige voorziening tegen de intrekking van een verblijfsvergunning en de ongewenstverklaring van verzoeker vanwege een ambtsbericht van de AIVD waarin wordt gesteld dat verzoeker een gevaar vormt voor de nationale veiligheid.
De minister had de besluiten genomen op basis van een individueel ambtsbericht van de AIVD, dat volgens vaste jurisprudentie als deskundigenbericht kan worden aangemerkt. De voorzieningenrechter stelde vast dat de informatie in het ambtsbericht zeer summier en weinig concreet was en dat de minister niet had voldaan aan de vergewisplicht (REK-check) om zich vooraf te vergewissen van de juistheid en onderbouwing van de informatie. Hierdoor waren de besluiten in strijd met artikel 3:2 van Pro de Awb tot stand gekomen.
Hoewel de gebreken door de minister op bezwaar kunnen worden hersteld, weegt het belang van de minister bij niet-opschorting van de besluiten zwaarder dan dat van verzoeker. Daarom werd de opschorting van de rechtsgevolgen afgewezen, maar de uitzetting van verzoeker werd verboden totdat op de bezwaarschriften is beslist. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: De voorlopige opschorting van de intrekking verblijfsvergunning en ongewenstverklaring wordt afgewezen, maar uitzetting wordt verboden totdat op bezwaar is beslist.