ECLI:NL:RBSGR:2005:AU0844
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid vreemdelingenbewaring en voortzetting tot uitzetting
Eiser, een Roemeense vreemdeling, is op 21 juli 2005 in vreemdelingenbewaring gesteld wegens het vermoeden van onttrekking aan uitzetting. Hij stelde beroep in tegen deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank behandelde het beroep op 3 augustus 2005, waarbij eiser niet in persoon verscheen vanwege omstandigheden buiten zijn risicosfeer.
De rechtbank oordeelde dat de bewaring tot uiterlijk 8 augustus 2005 rechtmatig is, conform artikel 94, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000, en dat voortzetting tot die datum nog een redelijk doel dient. De rechtbank verwierp het verzoek om de bewaring eerder op te heffen en achtte de procedure en tenuitvoerlegging van de bewaring in overeenstemming met de wettelijke vereisten.
De rechtbank wees het beroep ongegrond en het verzoek om schadevergoeding af. Tevens werd vastgesteld dat de bewaring met ingang van 9 augustus 2005 onrechtmatig zou worden, tenzij uitzetting eerder plaatsvindt. De gemachtigde van verweerder heeft toegezegd de bewaring onmiddellijk op te heffen zodra uitzetting niet binnen de termijn kan worden gerealiseerd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.