ECLI:NL:RBSGR:2005:AU0615
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Beoordeling uitleveringsvordering en waarborgen fundamentele rechten bij uitlevering aan Verenigde Staten
Eiser, met de Nederlandse en Egyptische nationaliteit, is onderwerp van een uitleveringsverzoek door de Verenigde Staten wegens vermeende telecomfraude en mogelijke banden met Al Qaeda. De VS hebben een arrestatiebevel uitgevaardigd en verschillende documenten overgelegd ter ondersteuning van het verzoek. Eiser vordert primair dat uitlevering wordt verboden en dat hij in Nederland wordt vervolgd, subsidiair dat uitlevering alleen mag plaatsvinden onder individuele garanties ter bescherming van zijn fundamentele rechten.
De rechtbank stelt vast dat de primaire vordering onvoldoende aannemelijk is omdat de Nederlandse autoriteiten geen reden zien tot vervolging in Nederland. De subsidiaire vordering krijgt meer aandacht, mede vanwege rapporten van mensenrechtenorganisaties die wijzen op mogelijke schendingen van fundamentele rechten in de VS, vooral in het kader van de 'war against terrorism' en de status van 'enemy combatant'.
De rechtbank benadrukt het belang van het vertrouwensbeginsel in uitleveringszaken, maar erkent dat dit in de huidige context van terrorismebestrijding en de Amerikaanse rechtspraktijken niet zonder meer kan worden aangenomen. Daarom acht zij het redelijk dat de Minister garanties bedingt dat eiser niet zal worden vervolgd voor andere feiten dan de fraude en dat zijn fundamentele rechten worden gerespecteerd. De zaak wordt pro forma aangehouden om deze garanties te bedingen.
Uitkomst: Primaire vordering afgewezen; zaak pro forma aangehouden voor het bedingen van garanties ter bescherming van fundamentele rechten bij uitlevering.