ECLI:NL:RBSGR:2005:AU0053
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning wegens onjuiste identiteit en nationaliteit in asielprocedure
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier wegens tijdsverloop in de asielprocedure. Verweerder stelde dat eiser onjuiste gegevens had verstrekt over zijn identiteit en nationaliteit, gebaseerd op een taalanalyse die concludeerde dat eiser uit Liberia kwam in plaats van Sierra Leone.
Eiser bracht twee contra-expertises in, maar de rechtbank oordeelde dat deze niet konden worden meegewogen omdat zij na de bestreden beschikking van 25 februari 2004 waren ingediend en er geen verzoek tot schorsing van het besluit was gedaan. Ook het feit dat de huidige gemachtigde pas kort voor de tweede contra-expertise was aangesteld, bracht niet mee dat deze alsnog in de beoordeling kon worden betrokken.
De rechtbank stelde vast dat het identiteitsdocument waarschijnlijk niet authentiek was en dat de taalanalyse niet onterecht was gebruikt als contra-indicatie. De conclusie was dat verweerder terecht aannam dat eiser onjuiste gegevens had verstrekt, wat een contra-indicatie vormt voor het verlenen van de verblijfsvergunning.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.