ECLI:NL:RBSGR:2005:AT9376

Rechtbank 's-Gravenhage

Datum uitspraak
27 mei 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
AWB 05/1133 BESLU
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijk verklaring beroep wegens niet betaling griffierecht

Eiser heeft bij brief van 28 december 2004 beroep ingesteld tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Noordwijk van 30 november 2004. De rechtbank heeft eiser bij aangetekende brief van 6 april 2005 voor de tweede maal gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht van €136,-- en hem een termijn van vier weken gegeven om dit te voldoen.

Eiser heeft het griffierecht niet binnen deze termijn betaald, noch is het bedrag bijgeschreven op de rekening van de rechtbank. Daarnaast heeft eiser nagelaten de gronden van het beroep en een kopie van het besluit te overleggen. De rechtbank oordeelt dat er geen omstandigheden zijn die het verzuim van eiser rechtvaardigen.

Op grond hiervan verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken verzet worden ingesteld bij de rechtbank.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht binnen de gestelde termijn.

Uitspraak

Rechtbank 's-Gravenhage
sector bestuursrecht
tweede afdeling, enkelvoudige kamer
Reg.nr. AWB 05/1133 BESLU
UITSPRAAK
als bedoeld in artikel 8:54
van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)
Uitspraak in het geding tussen
[eiser], wonende te [woonplaats], eiser,
en
het college van burgemeester en wethouders van Noordwijk, verweerder.
Ontstaan en loop van het geding
Bij schrijven van 28 december 2004, bij deze rechtbank ingekomen op 23 februari 2005, heeft eiser beroep ingesteld tegen een besluit van verweerder van 30 november 2004.
Motivering
Eiser is voor het door hem ingestelde beroep € 136,-- aan griffierecht verschuldigd. Een beroep wordt ingevolge artikel 8:41, tweede lid, van de Awb niet-ontvankelijk verklaard indien storting of bijschrijving van het griffierecht niet heeft plaatsgevonden binnen vier weken na de dag van verzending van de mededeling waarin de indiener van het beroepschrift is gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.
Eiser is bij aangetekende brief van 6 april 2005 voor de tweede maal op de verschuldigdheid van het griffierecht gewezen. Daarbij is meegedeeld dat het verschuldigde griffierecht binnen vier weken na dagtekening van deze brief moet zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank. Tevens is vermeld dat, indien van deze gelegenheid niet binnen de termijn gebruik is gemaakt, het beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard.
Het bedrag is niet binnen de aldus gestelde termijn op de rekening van de rechtbank bijgeschreven en evenmin binnen die termijn ter griffie gestort.
Tevens heeft eiser verzuimd de gronden en een kopie van het besluit te overleggen.
Niet is gebleken van omstandigheden op grond waarvan redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat eiser in verzuim is geweest. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De Rechtbank 's-Gravenhage,
RECHT DOENDE:
verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na verzending daarvan verzet worden gedaan bij de rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij aan de rechtbank verzoeken omtrent het verzet te worden gehoord.
Aldus gegeven door mr. C.J. Waterbolk en in het openbaar uitgesproken op
27 mei 2005, in tegenwoordigheid van de griffier P. den Heijer-Keus.