ECLI:NL:RBSGR:2005:AT9331
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging herzieningsbesluit en maatregel bijstand wegens onvoldoende bewijs gezamenlijke huishouding
Eiseres ontving vanaf 1997 een bijstandsuitkering als alleenstaande ouder. Verweerder stelde bij besluit van 11 april 2003 vast dat eiseres en haar ex-echtgenoot vanaf 1 juli 1997 een gezamenlijke huishouding voerden, waarop de uitkering werd herzien en teruggevorderd tot een bedrag van €70.372,45. Tevens werd een boete opgelegd. Eiseres maakte bezwaar en stelde dat haar ex-echtgenoot elders zijn hoofdverblijf had, en dat er geen sprake was van een gezamenlijke huishouding.
De rechtbank overwoog dat verweerder onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat gedurende de gehele periode sprake was van gezamenlijk hoofdverblijf. Onderzoek naar gas-, water- en energieverbruik betrof grotendeels perioden na januari 2003, en andere feiten zoals parkeervergunning en woonadres bij werkgever wezen op een ander hoofdverblijf van de ex-echtgenoot. De verklaringen van eiseres en haar ex-echtgenoot werden niet doorslaggevend geacht.
Daarom kon het besluit tot herziening en terugvordering niet standhouden en werd het vernietigd. Ook de maatregel die was gekoppeld aan het benadelingbedrag werd vernietigd omdat deze onterecht was gebaseerd op het niet-onderbouwde bedrag. De rechtbank veroordeelde verweerder tot vergoeding van proceskosten en vergoedde het griffierecht aan eiseres.
Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de besluiten tot herziening, terugvordering en maatregel worden vernietigd.