ECLI:NL:RBSGR:2005:AT8364
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ontkenning vaderschap overleden juridische vader wegens strijd termijnstelling met artikel 8 EVRM
Verzoekster, geboren uit haar moeder en een overleden juridische vader, wenst het vaderschap van deze juridische vader te ontkennen en haar biologische vader te erkennen. Hoewel zij al tijdens haar minderjarigheid wist dat de juridische vader niet haar biologische vader was, heeft zij het verzoek niet binnen de wettelijke termijn ingediend.
De rechtbank overweegt dat de wettelijke termijn van drie jaar na bekendheid met het feit dat de juridische vader niet de biologische vader is, bedoeld is ter bescherming van rechtszekerheid en belangen van het kind. In dit geval is echter geen belang bij handhaving van deze termijn, omdat de juridische vader is overleden en verzoekster feitelijk is opgegroeid met haar biologische vader.
De rechtbank oordeelt dat de termijnstelling een inmenging vormt in het family life van verzoekster en haar biologische vader en dat hiervoor geen rechtvaardiging bestaat onder artikel 8 EVRM Pro. Daarom laat de rechtbank de termijnoverschrijding buiten beschouwing, verklaart verzoekster ontvankelijk en wijst het verzoek tot ontkenning van het vaderschap toe, met uitzondering van uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
Uitkomst: Verzoek tot ontkenning vaderschap van overleden juridische vader wordt toegewezen wegens strijd termijnstelling met artikel 8 EVRM.