ECLI:NL:RBSGR:2005:AT8345
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- C. van Linschoten
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening bij afwijzing verblijfsvergunning wegens klemmende redenen van humanitaire aard
Verzoekster, van Syrische nationaliteit, diende in 2000 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning wegens klemmende redenen van humanitaire aard. Verweerder wees de aanvraag af omdat verzoekster niet beschikte over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en kwalificeerde de aanvraag als een reguliere aanvraag.
Verzoekster stelde dat haar aanvraag beoordeeld moest worden op grond van artikel 3.4, derde lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000, waarbij een beroep op de discretionaire bevoegdheid mogelijk is. Verweerder ging hier niet op in en motiveerde onvoldoende waarom de aanvraag niet in aanmerking kwam voor een verblijfsvergunning op humanitaire gronden.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder niet heeft gemotiveerd waarom verzoekster niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning op grond van klemmende redenen van humanitaire aard en dat het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen en werd verweerder verboden verzoekster uit Nederland te verwijderen totdat op het bezwaar is beslist.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en verwijdering van verzoekster uit Nederland wordt verboden totdat op het bezwaar is beslist.