ECLI:NL:RBSGR:2005:AT7854
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling onbevoegdheid rechtbank wegens ontbreken rechtsgevolg bij weigering verblijfsvergunning alleenstaande minderjarige vreemdeling
Eiseres, afkomstig uit de Democratische Republiek Congo, verzocht om een verblijfsvergunning als alleenstaande minderjarige vreemdeling en asiel. Verweerder wees haar aanvraag af op basis van ongeloofwaardigheid van haar asielrelaas en het ontbreken van voldoende bewijs voor vluchtelingenstatus of humanitaire gronden.
De rechtbank oordeelde dat het besluit van 1 maart 2004 slechts een herhaling was van het eerdere besluit van 12 oktober 2002, waarop nog een bezwaarschrift aanhangig was. Hierdoor ontbrak aan het besluit van 1 maart 2004 rechtsgevolg en was de rechtbank onbevoegd om daarop kennis te nemen.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de asielweigering ongegrond, maar het beroep tegen de weigering van de verblijfsvergunning als alleenstaande minderjarige vreemdeling gegrond vanwege het uitblijven van een beslissing op het bezwaarschrift van 18 oktober 2002. Verweerder werd opgedragen binnen acht weken alsnog te beslissen. Tevens werd verweerder veroordeeld in proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Beroep tegen asielweigering ongegrond; beroep tegen weigering verblijfsvergunning alleenstaande minderjarige vreemdeling gegrond; rechtbank onbevoegd ten aanzien van herhaalde weigering 1 maart 2004.