ECLI:NL:RBSGR:2005:AT7764
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering overdracht octrooien Delft-project tussen oud-werknemer en Heineken
In deze zaak staat centraal de relatie tussen [eiser] en Heineken omtrent het Delft-project, een innovatieproject voor een 5 liter biervaatje met interne drukgeneratie. [Eiser] vordert in kort geding overdracht van wereldwijde octrooien NL '802, NL '921 en NL '922, stellende dat deze gebaseerd zijn op door hem voorafgaand aan zijn dienstverband aangedragen kennis.
De arbeidsovereenkomst tussen partijen bevatte bepalingen over intellectuele eigendomsrechten en verplichtte [eiser] voorafgaand aan zijn dienstverband een limitatieve lijst van projecten met raakvlakken aan te leveren, wat niet is gebeurd. Partijen sloten op 8 november 1999 een aanvullende overeenkomst over vergoeding en rechten betreffende de drukklep, waarin een regeling werd getroffen over intellectuele eigendom en betaling.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de vordering in kort geding niet geschikt is voor een definitieve wijziging van de rechtstoestand, maar dat een ordemaatregel mogelijk is. De rechtbank stelt vast dat onvoldoende aannemelijk is dat [eiser] voorafgaand aan zijn dienstverband de uitvindingen heeft gedaan waarop de octrooien zijn gebaseerd. De door [eiser] overgelegde bewijsstukken zijn onvoldoende overtuigend en worden deels betwist door Heineken.
De overeenkomst van 8 november 1999 is naar voorlopig oordeel nog van kracht en voorziet in de overdracht van rechten tegen vergoeding. Omdat [eiser] niet heeft voldaan aan zijn verplichtingen tot opgave en facturering, is er geen sprake van een geldige ontbinding. De vorderingen worden daarom afgewezen en [eiser] wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen tot overdracht van octrooien worden afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid en niet-nakoming van contractuele verplichtingen.