ECLI:NL:RBSGR:2005:AT7678
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- C. van Linschoten
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende vervolgonderzoek
Eiser, een Angolese asielzoeker, had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel, die door verweerder werd afgewezen op grond van gebrek aan geloofwaardigheid van zijn asielrelaas. Verweerder baseerde zich mede op een individueel ambtsbericht waarin werd gesteld dat het opgegeven adres niet kon worden getraceerd en dat buurtbewoners eiser niet herkenden.
De rechtbank oordeelde dat verweerder niet in redelijkheid tot deze conclusie kon komen, omdat eiser concrete aanwijzingen had geleverd waaruit bleek dat het ambtsbericht onvolledig was. Zo had eiser gedetailleerde informatie gegeven over zijn school, woonomgeving en gevangenisverblijf, terwijl het ambtsbericht geen navraag had gedaan bij deze relevante instanties.
Verder was het onderzoek naar de woonomgeving van eiser onzorgvuldig verricht, onder meer omdat navraag was gedaan in de verkeerde buurt en bij de verkeerde school. De rechtbank achtte het zorgvuldigheidsbeginsel geschonden en vernietigde het besluit. Verweerder werd opgedragen een nieuw besluit te nemen met een adequaat vervolgonderzoek.
De rechtbank veroordeelde verweerder tevens in de proceskosten en wees de Staat aan als rechtspersoon voor de vergoeding van griffierecht. Het beroep werd gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd vanwege onvoldoende vervolgonderzoek.