ECLI:NL:RBSGR:2005:AT6867
Rechtbank 's-Gravenhage
- Schadevergoedingsuitspraak
- E.H.B.M. Potters
- Rechtspraak.nl
Toekenning schadevergoeding wegens te late opheffing vreemdelingenbewaring
De vreemdeling is op 22 april 2004 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Diverse eerdere beroepen tegen de voortzetting van de bewaring zijn door de rechtbank ongegrond verklaard, laatstelijk op 23 december 2004. Pas op 2 mei 2005 is opnieuw beroep ingesteld tegen het voortduren van de vrijheidsontneming, waarna de bewaring op 10 mei 2005 door verweerder werd opgeheven.
De rechtbank overweegt dat, gezien de lange duur van de bewaring, het mogelijk was dat de bewaring eerder had kunnen worden opgeheven. Echter, het is aan de vreemdeling om tijdig beroep in te stellen om schade te beperken. Omdat het beroep pas op 2 mei 2005 is ingesteld, wordt de schadevergoeding toegekend vanaf die datum tot de dag vóór de opheffing van de bewaring.
De schadevergoeding wordt vastgesteld op basis van de richtlijn van de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak, waarbij €70 per dag in een huis van bewaring wordt gehanteerd. Voor de periode van 2 mei 2005 tot en met 9 mei 2005 wordt een bedrag van €560 toegekend. Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten ad €644. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Schadevergoeding van €560 toegekend wegens te late opheffing van de vreemdelingenbewaring.