ECLI:NL:RBSGR:2005:AT6726
Rechtbank 's-Gravenhage
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Opheffing bewaring wegens termijnoverschrijding en toekenning schadevergoeding
Eiser stelde beroep in tegen de voortzetting van zijn bewaring op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Het beroepschrift werd op 13 april 2005 ingediend, maar door een administratieve fout bij het Centraal Inschrijfbureau Vreemdelingenzaken (CIV) raakte het in het ongerede. Pas na herindiening op 6 mei 2005 werd het beroep geregistreerd en ter behandeling aan de rechtbank voorgelegd.
De rechtbank constateerde dat de wettelijke termijn van veertien dagen tussen ontvangst van het beroepschrift en behandeling ter zitting met 27 dagen was overschreden. Gelet op jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State moet worden beoordeeld of eiser hierdoor onevenredig in zijn belangen is geschaad. De rechtbank oordeelde dat deze overschrijding zodanig was dat voortzetting van de bewaring niet langer gerechtvaardigd was.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, beval de opheffing van de bewaring met ingang van 24 mei 2005 en kende een schadevergoeding toe van € 1.890,- voor 27 dagen onrechtmatige bewaring. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van € 644,-. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: De bewaring wordt opgeheven wegens overschrijding van de wettelijke termijn en eiser krijgt een schadevergoeding van € 1.890,- toegekend.