ECLI:NL:RBSGR:2005:AT4382
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit verblijfsvergunning medische noodsituatie wegens schending hoorplicht en beleidswijziging
Eiser, van Ethiopische nationaliteit, had een verblijfsvergunning voor medische behandeling die niet werd verlengd vanwege onvoldoende financiering. Verweerder verleende daarop een vergunning onder de beperking medische noodsituatie, gebaseerd op een beleidswijziging (TBV 2003/2) met terugwerkende kracht tot 1 april 2001. Eiser stelde dat deze terugwerkende kracht onrechtmatig was en dat hem een niet-tijdelijke vergunning had moeten worden verleend.
De rechtbank oordeelde dat het oude beleid strijdig was met het algemeen verbindend voorschrift van artikel 3.46 Vb 2000 en dat de invoering van het TBV 2003/2 met terugwerkende kracht gerechtvaardigd was. Tevens stelde de rechtbank vast dat de verleende vergunning geen tijdelijke aard had omdat dit niet bij de vergunning was bepaald, en dat het beleid dat medische noodsituaties altijd tijdelijke vergunningen opleveren, in strijd is met artikel 3.5 derde lid Vb 2000.
Verder concludeerde de rechtbank dat verweerder ten onrechte heeft afgezien van het horen van eiser bij de beslissing op bezwaar, aangezien het bezwaar niet volledig was ingewilligd. Het beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder werd opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens schending van de hoorplicht en rechtmatige invoering van het TBV met terugwerkende kracht.