ECLI:NL:RBSGR:2005:AT4150
Rechtbank 's-Gravenhage
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige vreemdelingenrechtelijke inbewaringstelling wegens onrechtmatig binnentreden
Eiser werd op 30 maart 2005 vreemdelingenrechtelijk in bewaring gesteld na een vreemdelingenrechtelijke controle waarbij ambtenaren zonder redelijk vermoeden van illegaal verblijf een woning binnentreden. Tijdens de controle toonde eiser een volgens de verbalisanten vervalst paspoort, waarna hij strafrechtelijk werd aangehouden en later vrijgelaten. Vervolgens werd hij vreemdelingenrechtelijk opgehouden en in bewaring gesteld.
De rechtbank stelde vast dat het binnentreden plaatsvond zonder voldoende concreet en actueel redelijk vermoeden van illegaal verblijf, omdat de informatie waarop het vermoeden was gebaseerd niet concreet genoeg was en de aanwezigheid van valse paspoorten niet automatisch illegaal verblijf impliceert. De strafrechtelijke kwalificatie van de aanhouding onderbrak de keten van vreemdelingenrechtelijke handelingen niet, zodat de rechtmatigheid van het binnentreden bepalend bleef voor de rechtmatigheid van de inbewaringstelling.
Daarom werd het beroep van eiser gegrond verklaard, de bewaring opgeheven en een schadevergoeding van minimaal €910 toegekend voor de onrechtmatige vrijheidsontneming. De rechtbank heropende het onderzoek om de volledige schadevergoeding vast te stellen en gaf partijen ruimte om in onderling overleg de resterende schadevergoeding en proceskosten te regelen.
Uitkomst: Beroep gegrond, bewaring opgeheven en gedeeltelijke schadevergoeding toegekend wegens onrechtmatig binnentreden en inbewaringstelling.