ECLI:NL:RBSGR:2005:AT3132
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.A.M. Mollee
- C. Fetter
- W.E. Doolaard
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen afwijzing kwekersrecht voor begoniaras BCT9801BEG
De zaak betreft een beroep van Genplant B.V. tegen het besluit van de Afdeling van Beroep van de Raad voor het Kwekersrecht om het beroep tegen afwijzing van de aanvraag voor het kwekersrecht op het begoniaras BCT9801BEG ongegrond te verklaren. De rechtbank stelt vast dat de Afdeling van Beroep niet als een administratieve rechter in de zin van de Awb kan worden aangemerkt, waardoor de rechtbank bevoegd is kennis te nemen van het beroep.
De kern van het geschil betreft de vraag of het kandidaatras zich duidelijk onderscheidt van het referentieras, dat voorkomt in de botanische tuin te Heidelberg en commercieel is verhandeld door Nothhelfer. Eiseres betwist dat het referentieras een ras is en stelt dat het kandidaatras zich wel onderscheidt. De rechtbank oordeelt dat het referentieras algemeen bekend is, mede gelet op de aanwezigheid in de botanische tuin en de commerciële verhandeling.
De rechtbank acht de stelling dat het referentieras geen ras is niet aannemelijk en wijst erop dat het BSA het referentiemateriaal niet van het kandidaatras heeft vergeleken. Ook de bewering dat het kandidaatras zich onderscheidt is onvoldoende onderbouwd, mede vanwege het ontbreken van een contra-expertise. De rechtbank volgt de Afdeling van Beroep in haar oordeel dat het kandidaatras onvoldoende onderscheid vertoont en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van het kwekersrecht wordt bevestigd.