ECLI:NL:RBSGR:2005:AT0304
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- R.J. Paris
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot verbod op opnemen en afluisteren van gesprekken met advocaten
De Nederlandse Vereniging van Strafrechtadvocaten vorderde in kort geding dat de Staat der Nederlanden zou worden verboden om gesprekken via vaste of mobiele telefoonnetten op te nemen of af te luisteren indien vermoedelijk een advocaat als geheimhouder deelneemt, behoudens uitzonderingen. Tevens werd gevorderd dat reeds gemaakte opnamen zouden worden vernietigd en dat de Staat transparant zou zijn over de toegepaste technieken.
De rechtbank overwoog dat de wetgever bewust heeft gekozen voor een systeem waarbij gesprekken met advocaten kunnen worden opgenomen, maar dat mededelingen die onder het verschoningsrecht vallen onverwijld dienen te worden vernietigd volgens artikel 126aa lid 2 Sv en het daarop gebaseerde Besluit bewaren en vernietigen niet-gevoegde stukken. De rechtbank stelde vast dat er geen sprake was van een structureel niet naleven van deze vernietigingsplicht.
Ook het Europees Hof voor de Rechten van de Mens had eerder geoordeeld dat de klacht over de Nederlandse tappraktijk en de positie van geheimhouders ongegrond was. De rechtbank concludeerde dat de huidige praktijk niet onrechtmatig is en wees de vordering af. Eiseres werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot verbod op het opnemen en afluisteren van gesprekken met advocaten en tot vernietiging van opnamen wordt afgewezen.