ECLI:NL:RBSGR:2005:AS9140
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.H.A. Knol
- W.J. van Bennekom
- C.P.E. Meewisse
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken procesbelang na vertrek vreemdeling uit Nederland
Eiser, een burger van Servië en Montenegro, diende in 1998 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning als vluchteling. Na meerdere beroepsprocedures en een negatief besluit van de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie, vertrok eiser in 2003 met onbekende bestemming uit Nederland. Verweerder stelde dat eiser hierdoor geen belang meer had bij een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep.
De rechtbank vroeg de gemachtigde van eiser om nadere informatie over het vertrek en verblijfplaats van eiser, maar deze kon geen concrete gegevens verstrekken. Het laatste contact tussen eiser en zijn gemachtigde was meer dan een jaar voor de zitting, en eiser was niet op de hoogte gesteld van de zitting. De rechtbank oordeelde dat eiser rechtmatig verblijf had tijdens de beroepsprocedure en dat zijn vertrek niet gerechtvaardigd was.
Gezien het ontbreken van informatie over verblijfplaats en motieven, en het feit dat eiser mogelijk teruggekeerd is naar zijn land van herkomst, concludeerde de rechtbank dat het vermoeden van het ontbreken van procesbelang niet is weerlegd. Dit leidt tot de conclusie dat het beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard omdat eiser geen rechtens te honoreren belang meer heeft bij een inhoudelijke beoordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang na vertrek van eiser uit Nederland.