ECLI:NL:RBSGR:2005:AS4058
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van Belzen
- Veldt-Foglia
- Van Maurik
- Rechtspraak.nl
Voorwaardelijke gevangenisstraf voor ontuchtige handelingen door moeder met minderjarige zoon
De verdachte, moeder van een minderjarige zoon, werd beschuldigd van het plegen van ontuchtige handelingen met haar kind. De rechtbank oordeelde dat het bewezen was dat de verdachte meerdere malen ontuchtige handelingen had verricht, waarbij zij zich mede liet leiden door haar eigen seksuele gevoelens. De handelingen bestonden onder meer uit het laten liggen van haar zoon met een stijve penis op haar hand, wat als ontuchtig werd aangemerkt volgens artikel 249 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht.
De verdediging voerde aan dat de handelingen niet als ontuchtig konden worden beschouwd en dat er geen opzet was gericht op seksuele handelingen. Dit verweer werd door de rechtbank verworpen. Psychiatrische en psychologische rapporten gaven aan dat de verdachte geen gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis had die haar gedrag zou kunnen uitsluiten, hoewel sprake was van een afhankelijke persoonlijkheidsstoornis.
De rechtbank hield rekening met het feit dat de verdachte niet eerder met justitie in aanraking was gekomen en legde een gevangenisstraf van drie maanden op, die voorwaardelijk werd opgelegd met een proeftijd van twee jaar. De voorlopige hechtenis werd opgeheven en de tijd die de verdachte in verzekering had doorgebracht, werd in mindering gebracht op de straf.
Uitkomst: De verdachte is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden wegens ontuchtige handelingen met haar minderjarige zoon.