ECLI:NL:RBSGR:2004:AS8693
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende zorgvuldige risicoafweging
Eiser, een Somalische asielzoeker behorend tot de Dir-clan, verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Zijn aanvraag werd afgewezen door verweerder, die stelde dat eiser geen gegronde vrees voor vervolging had en dat er een veilig verblijfsalternatief in Somalië bestond. Eiser voerde aan dat hij slachtoffer was van een gewelddadige overval waarbij zijn familieleden werden gedood en dat hij vanwege zijn achtergrond en medische situatie bescherming nodig had.
De rechtbank overwoog dat verweerder zich baseerde op een ambtsbericht van maart 2004 over Somalië, maar dat eiser stukken had overgelegd, waaronder een interim measure van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, rapporten van Amnesty International, VluchtelingenWerk Nederland en de UNHCR, die twijfel opriepen over de juistheid en volledigheid van het ambtsbericht. De interim measure betrof een Somalische asielzoeker uit een meerderheidsclan en was relevant voor de algemene situatie in Somalië.
De rechtbank concludeerde dat verweerder daardoor niet zorgvuldig de risico’s van uitzetting had kunnen beoordelen. Ook het standpunt dat er een veilig verblijfsalternatief was in het relatief veilige deel van Somalië werd niet voldoende onderbouwd. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op binnen veertien weken opnieuw te beslissen, met inachtneming van de overwegingen. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning vernietigd wegens onvoldoende zorgvuldige beoordeling van de risico’s.