ECLI:NL:RBSGR:2004:AS6599
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking verblijfsvergunning wegens schending voornemenprocedure
Eiser, een Afghaanse asielzoeker, kreeg in 2001 een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd op grond van artikel 29 lid 1 onder Pro d Vreemdelingenwet. In 2003 maakte de Minister het voornemen bekend om deze vergunning in te trekken vanwege het beëindigen van het categoriaal beschermingsbeleid voor Afghaanse vluchtelingen. Eiser diende een zienswijze in en werd aanvullend gehoord. Het besluit tot intrekking volgde in augustus 2003, waarna eiser beroep instelde.
De rechtbank beoordeelde of het intrekkingsbesluit rechtmatig was. Het bleek dat de Minister in het bestreden besluit voor het eerst inging op nieuwe feiten en omstandigheden die eiser in zijn zienswijze en aanvullend gehoor had aangevoerd, en aan eiser tegenwierp dat zijn verklaringen ongeloofwaardig waren. Eiser kreeg daardoor geen mogelijkheid om hierop te reageren vóór het besluit, wat strijdig is met artikel 3.119 Vreemdelingenbesluit en de jurisprudentie over de voornemenprocedure.
Verder oordeelde de rechtbank dat de Minister terecht het categoriaal beschermingsbeleid had beëindigd en dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij destijds en thans aanspraak kon maken op een verblijfsvergunning op andere gronden. De rechtbank vernietigde het besluit vanwege de procedurele onzorgvuldigheid, liet de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit voor zover het beleid betreft in stand, en beval een nieuw besluit met inachtneming van de juiste procedure. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten van €644.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning wordt vernietigd vanwege schending van de voornemenprocedure en onzorgvuldige besluitvorming.