ECLI:NL:RBSGR:2004:AS4560
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering Dexia Bank wegens onrechtmatige voortijdige beëindiging effectenleaseovereenkomst
Gedaagde sloot in september 2000 een effectenleaseovereenkomst met Bank Labouchere NV, de rechtsvoorgangster van Dexia Bank, met een looptijd van 20 jaar en maandelijkse inleg voor aandelen. In juni 2002 beëindigde Dexia Bank deze overeenkomst voortijdig zonder geldige ondertekende opdracht van gedaagde. Gedaagde betaalde de restschuld niet en Dexia Bank vorderde betaling van dit bedrag.
Gedaagde stelde dat zij de voortijdige beëindiging niet had gewild en dat haar echtgenoot het contract had beëindigd. Dexia Bank betwistte dit en stelde dat gedaagde haar rechten had verwerkt door niet tijdig te protesteren. De rechtbank oordeelde dat Dexia Bank de overeenkomst niet rechtsgeldig had beëindigd en dat gedaagde niet had ingestemd met de beëindiging.
De rechtbank concludeerde dat Dexia Bank de schade van de voortijdige beëindiging voor eigen rekening moet nemen en wees de vordering af. Dexia Bank werd veroordeeld in de proceskosten, maar deze werden nihil vastgesteld omdat gedaagde in persoon procedeerde.
Uitkomst: De vordering van Dexia Bank wordt afgewezen wegens onrechtmatige voortijdige beëindiging van de effectenleaseovereenkomst.