ECLI:NL:RBSGR:2004:AS3978
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verlening verblijfsvergunning als pleegkind zonder familierelatie toegestaan
Eiseres, een minderjarige van Marokkaanse nationaliteit, vroeg een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) aan voor verblijf als pleegkind. Verweerder weigerde deze aanvraag omdat eiseres niet in een familierelatie stond tot de aspirant-pleegouders, wat volgens verweerder uitsluiting van verblijf als pleegkind tot gevolg had. De rechtbank oordeelde dat noch artikel 3.28 Vreemdelingenbesluit 2000 noch de beleidsregels in de Vreemdelingencirculaire 2000 expliciet een dergelijke beperking bevatten.
De rechtbank stelde vast dat eiseres voldeed aan de voorwaarden van artikel 3.28 Vb 2000, waaronder het ontbreken van een aanvaardbare toekomst in het land van herkomst. Verweerder had onvoldoende motivering voor de weigering en handelde in strijd met het motiveringsbeginsel en de beleidsregels. Ook werd overwogen dat verweerder, indien hij de regelgeving wil aanpassen aan het Haags Kinderbeschermingsverdrag en de Wobka, dit via wijziging van wet- en regelgeving dan wel beleid moet doen.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en gaf verweerder zes weken de tijd om opnieuw te beslissen. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en werd de Staat der Nederlanden aangewezen als rechtspersoon voor vergoeding van griffierechten. Het beroep werd gegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot weigering van de mvv wordt vernietigd.