ECLI:NL:RBSGR:2004:AS3809
Rechtbank 's-Gravenhage
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Onzorgvuldige voortzetting vreemdelingenbewaring ondanks rechtmatig verblijf
Eiser is in vreemdelingenbewaring gesteld op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, Vreemdelingenwet 2000. Na een uitspraak van de rechtbank Haarlem van 25 november 2004, waarin het beroep van eiser tegen de ongegrondverklaring van bezwaar in zijn asielprocedure werd gegrond verklaard, heeft eiser rechtmatig verblijf in Nederland verkregen.
Ondanks deze uitspraak heeft de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) niet tijdig een belangenafweging gemaakt over de voortzetting van de bewaring. Door het ontbreken van communicatie tussen de ambtelijke afdelingen is nagelaten binnen drie dagen na verzending van de uitspraak een beoordeling te maken, waardoor de bewaring onzorgvuldig en onrechtmatig werd voortgezet.
De rechtbank oordeelt dat de maatregel vanaf 3 december 2004 niet langer gerechtvaardigd was en beveelt de opheffing van de bewaring. Tevens wordt de Staat der Nederlanden veroordeeld tot een schadevergoeding van €1285,- voor de onrechtmatige vrijheidsontneming en tot vergoeding van de proceskosten van €644,-. Het beroep wordt gegrond verklaard en de bewaring wordt per direct opgeheven.
Uitkomst: Beroep gegrond verklaard, bewaring opgeheven en schadevergoeding toegekend wegens onzorgvuldige voortzetting bewaring na rechtmatig verblijf.