ECLI:NL:RBSGR:2004:AS3787
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bezwaar tegen niet tijdig besluit terugkeervisum en ongewenstverklaring
Eiser, ongewenst verklaard sinds 1983, verzocht om een terugkeervisum. Verweerder nam niet tijdig een besluit op dit verzoek, waarop eiser bezwaar maakte. Verweerder wees het bezwaar af zonder eiser te horen, wat de rechtbank onterecht achtte. De rechtbank oordeelde dat het bezwaar niet als kennelijk ongegrond kon worden aangemerkt en dat het horen van eiser had moeten plaatsvinden.
Desondanks oordeelde de rechtbank dat eiser geen rechtmatig verblijf in Nederland heeft vanwege zijn ongewenstverklaring en daardoor niet voldoet aan het beleid voor het verkrijgen van een terugkeervisum. Het door eiser aangevoerde grote financiële belang om bij een Turkse rechtbank aanwezig te zijn, vormt geen bijzondere omstandigheid die rechtvaardigt af te wijken van het beleid.
De rechtbank vernietigde het besluit van 25 augustus 2004 wegens strijd met de Awb, maar bepaalde dat de rechtsgevolgen van het besluit in stand blijven. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten en de Staat der Nederlanden werd aangewezen voor vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.