ECLI:NL:RBSGR:2004:AS2625
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.H.M. van de Ven
- W.J. van Bennekom
- J.H. Sassenburg
- Rechtspraak.nl
Beëindiging uitstel van vertrek aan vreemdeling zonder rechtmatig verblijf
Eiser, een Angolese vreemdeling die sinds 1994 in Nederland verblijft, kreeg op 27 september 2001 het uitstel van vertrek (uvv) ingetrokken door verweerder. Eiser maakte bezwaar en stelde dat zijn persoonlijke omstandigheden, zoals het langdurige verblijf en het feit dat zijn vrouw en kinderen in Nederland wonen, onvoldoende zijn meegewogen.
De rechtbank oordeelt dat het intrekken van het uvv een besluit is in de zin van artikel 1:3 Awb Pro en dat de wettelijke grondslag voor het besluit ligt in artikel 63, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Omdat eiser geen rechtmatig verblijf had en het uvv-beleid voor Angola was beëindigd, was het intrekken van het uvv gerechtvaardigd.
De persoonlijke omstandigheden van eiser vallen buiten het categoriale uvv-beleid en vormen geen reden om toepassing van artikel 4:84 Awb Pro te rechtvaardigen. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van het uitstel van vertrek wordt ongegrond verklaard.