ECLI:NL:RBSGR:2004:AR8529
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige vrijheidsontneming vreemdeling wegens onbekendheid met plaatsingsbeschikking
De vreemdeling werd op 21 oktober 2004 de toegang tot Nederland geweigerd en direct vrijheidsontnemend geplaatst. De rechtbank beoordeelde of deze maatregel gerechtvaardigd was. De vreemdeling stelde dat hem de inhoud en strekking van de maatregel niet in een begrijpelijke taal waren medegedeeld, waardoor hij niet wist dat hij rechtsmiddelen kon instellen.
De rechtbank stelde vast dat de plaatsingsbeschikking weliswaar in het Nederlands was uitgereikt, maar dat de inhoud en strekking niet aan de vreemdeling waren toegelicht. Pogingen tot communicatie via tolken waren niet succesvol en er was geen bewijs dat de vreemdeling de beschikking in een begrijpelijke taal had ontvangen. Ook brieven in het Chinees waren niet aan hem uitgereikt.
Op grond van artikel 5 EVRM Pro en de Vreemdelingencirculaire 2000 is het essentieel dat vreemdelingen worden geïnformeerd over de maatregel en de mogelijkheid tot beroep. Het ontbreken hiervan maakt de bewaring vanaf het begin onrechtmatig. De rechtbank beveelt opheffing van de maatregel en kent een schadevergoeding toe van € 1.935 voor 43 dagen verblijf. Tevens worden proceskosten aan de vreemdeling toegekend.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, heft de vrijheidsontnemende maatregel op en kent een schadevergoeding van € 1.935 toe wegens onrechtmatige detentie.