ECLI:NL:RBSGR:2004:AR7858
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep en voorlopige voorziening in terugnameverzoek op grond van Dublinverordening
Verzoeker, een Georgische asielzoeker, diende een asielverzoek in Oostenrijk in en vertrok vervolgens naar Nederland zonder de behandeling van dat verzoek af te wachten. De Nederlandse Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) weigerde de aanvraag omdat Oostenrijk verantwoordelijk was voor de behandeling volgens de Dublinverordening (EG-Verordening 343/2003).
Verzoeker stelde dat de termijn voor het indienen van een verzoek tot overname was overschreden, maar de rechtbank oordeelde dat het hier niet om een overnameverzoek ging, maar om een terugnameverzoek waarop geen termijn van toepassing is. De rechtbank baseerde dit op de interpretatie van artikel 16 en Pro 20 van de Dublinverordening.
De voorzieningenrechter wees het verzoek om een voorlopige voorziening af en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geoordeeld dat het indienen van een nieuw asielverzoek in Nederland niet betekent dat toestemming is verleend om zich daar op te houden. De rechtbank benadrukte dat terugname dient te geschieden volgens artikel 20 van Pro de Dublinverordening, waar geen termijn is gesteld.
De rechtbank legde geen kostenveroordeling op en wees erop dat partijen binnen vier weken hoger beroep kunnen instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening worden afgewezen omdat geen sprake is van termijnoverschrijding bij het terugnameverzoek.