ECLI:NL:RBSGR:2004:AR7391
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- S.G.M. Buys
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen voortzetting bewaring vreemdeling in Uitzetcentrum Schiphol
Eiser, een vreemdeling van gestelde Algerijnse nationaliteit, is sinds 27 februari 2004 in bewaring gesteld met het oog op uitzetting. Hij stelt dat zijn bewaring onrechtmatig is geworden omdat hij langer dan 28 dagen in het Uitzetcentrum Schiphol verblijft, waar volgens hem een sober regime geldt. De rechtbank overweegt dat klachten over het regime eerst via de commissie van toezicht moeten worden behandeld en verklaart zich onbevoegd hierover te oordelen.
Ten aanzien van de overschrijding van de 28-dagen termijn stelt de rechtbank vast dat noch de regelgeving noch het beleid een harde maximumtermijn aan het verblijf in het Uitzetcentrum Schiphol verbindt. De enkele overschrijding maakt de bewaring niet onrechtmatig. Verder blijkt uit de voortgangsgegevens dat voldoende zicht op uitzetting bestaat en dat verweerder voldoende voortvarend werkt aan de uitzetting.
Eiser heeft niet meegewerkt aan het onderzoek naar zijn identiteit en nationaliteit, wat de duur van de bewaring beïnvloedt. De rechtbank concludeert dat de voortzetting van de bewaring niet in strijd is met de Vreemdelingenwet 2000 en dat het beroep ongegrond is. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortzetting van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.