ECLI:NL:RBSGR:2004:AR7284
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning wegens betrokkenheid bij mensenrechtenschendingen Sarandoy
Eisers, afkomstig uit Afghanistan, hebben beroep ingesteld tegen de afwijzing van hun aanvragen voor verblijfsvergunningen voor bepaalde tijd. Zij voerden aan dat zij geen persoonlijke verantwoordelijkheid dragen voor mensenrechtenschendingen gepleegd door de Sarandoy, waar zij in hoge functies werkzaam waren. Verweerder stelde dat eiser geweten heeft van en persoonlijk heeft deelgenomen aan ernstige mensenrechtenschendingen, waardoor artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag van toepassing is en zij uitgesloten zijn van bescherming.
De rechtbank overwoog dat verweerder terecht heeft geconcludeerd dat eiser op grond van zijn hoge functies en de algemene handelswijze van de Sarandoy wist of had moeten weten van de gepleegde mensenrechtenschendingen. De persoonlijke deelname werd vastgesteld door de overdracht van politieke gevangenen aan de KhAD, een organisatie die bekend staat om foltering en executies. Tevens werd geoordeeld dat terugzending geen schending van artikel 3 EVRM Pro oplevert, omdat onvoldoende aannemelijk is dat eisers een reëel risico lopen op foltering of onmenselijke behandeling.
De rechtbank verwierp ook de beroepen op het gelijkheidsbeginsel en gelijke behandeling met voormalige collega's die in andere landen een verblijfsvergunning kregen. Daarnaast werd het beroep op verlening van een verblijfsvergunning vanwege tijdsverloop in de asielprocedure afgewezen omdat artikel 1F VSV dit in de weg staat. De beroepen werden ongegrond verklaard en verweerder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van eisers tegen de afwijzing van hun verblijfsvergunningen wordt ongegrond verklaard.