ECLI:NL:RBSGR:2004:AR6695
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning wegens onvoldoende onderbouwing vluchtelingschap
Eiser, een Syriër, verzocht om een verblijfsvergunning op grond van vluchtelingenstatus vanwege zijn politieke activiteiten voor de Syrische Communistische Partij en de vrees voor vervolging. Verweerder wees de aanvraag af op basis van een individueel ambtsbericht waarin werd geconcludeerd dat eiser niet gezocht wordt door de Syrische autoriteiten.
De rechtbank oordeelt dat het ambtsbericht en de onderliggende stukken niet zodanig overtuigend zijn dat categorisch kan worden uitgesloten dat eiser gezocht wordt. Verweerder had daarom niet mogen voorbijgaan aan de gemotiveerde zienswijze van eiser en had hierop moeten ingaan in het besluit.
Het bestreden besluit is daarmee in strijd met artikel 42, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 en artikel 3:46 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd en verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.