ECLI:NL:RBSGR:2004:AR6469
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek wegens onrechtmatige buitenbehandelingstelling verblijfsvergunningaanvraag
Verzoekster, een Kazachse nationaliteit houdende vreemdeling, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning met als doel het buiten haar schuld Nederland niet kunnen verlaten. De aanvraag werd door verweerder buiten behandeling gesteld wegens het niet tijdig betalen van de leges. Verzoekster stelde dat de aanvraag ten onrechte buiten behandeling was gesteld omdat verweerder niet binnen de wettelijke termijn van vier weken na het verstrijken van de hersteltermijn had besloten tot buitenbehandelingstelling.
De voorzieningenrechter overwoog dat uit artikel 4:5, vierde lid, Awb volgt dat het bestuursorgaan binnen de gestelde termijn tot buitenbehandelingstelling moet beslissen. Indien deze termijn wordt overschreden, vervalt de bevoegdheid tot buitenbehandelingstelling en moet het bestuursorgaan inhoudelijk op de aanvraag beslissen. Verweerder had verzoekster driemaal een hersteltermijn gegeven, maar pas na de derde termijn de aanvraag buiten behandeling gesteld, waardoor de wettelijke termijn was overschreden.
De voorzieningenrechter concludeerde dat het besluit tot buitenbehandelingstelling niet rechtsgeldig was en wees het verzoek toe. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en werd de Staat der Nederlanden gelast het door verzoekster betaalde griffierecht te vergoeden. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening wordt toegewezen wegens onrechtmatige buitenbehandelingstelling van de aanvraag verblijfsvergunning.