ECLI:NL:RBSGR:2004:AR6382
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.R.B. van Peursem
- E.F. Brinkman
- R.C.D.E. Hasekamp
- Rechtspraak.nl
Nietigheid van octrooien EP '983 en EP '437 wegens gebrek aan inventiviteit in omeprazolformulering
AstraZeneca is houdster van de Europese octrooien EP '983 en EP '437, die betrekking hebben op farmaceutische formuleringen van omeprazol met een inerte, wateroplosbare subcoating tussen de alkalische kern en de enterische coating. Merck c.s. vorderen vernietiging van deze octrooien wegens niet-nakbaarheid, toegevoegde materie, onterechte prioriteitsinroeping, gebrek aan nieuwheid en inventiviteit.
De rechtbank laat de vragen over nieuwheid, prioriteit en nakbaarheid in het midden en richt zich op de inventiviteit. Uitgangspunt is de probleem-oplossingsmethode, waarbij de meest nabije stand van de techniek wordt gevormd door het artikel van Pilbrant en EP '495. Het technische probleem betreft het verkrijgen van een orale omeprazolformulering met verbeterde stabiliteit tegen verkleuring en afbraak door maagsap.
De rechtbank oordeelt dat het gebruik van een inerte, wateroplosbare subcoating voor de vakman voor de hand lag, gelet op algemene vakkennis en literatuur, waaronder Ullmann's Encyclopädie, Hagers Handbuch, en Japanse en Engelse publicaties. Ook de toevoeging van een alkalische verbinding in de kern was voor de hand liggend. Argumenten van AstraZeneca over een 'long felt want' en commercieel succes worden niet overtuigend geacht.
Gevolg is dat de conclusies van EP '983 en EP '437 niet inventief zijn en de octrooien voor Nederland worden vernietigd. AstraZeneca wordt veroordeeld in de proceskosten en de vorderingen tot inbreuk en schadevergoeding worden afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de octrooien EP '983 en EP '437 nietig wegens gebrek aan inventiviteit en wijst de vorderingen van AstraZeneca af.