ECLI:NL:RBSGR:2004:AR6255
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaar mvv-aanvraag wegens ontoereikende motivering
Verzoeker, een Iraanse nationaliteit dragende persoon, heeft bezwaar gemaakt tegen een negatief advies van verweerder omtrent de afgifte van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). Verweerder verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk, verwijzend naar een eerdere uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De voorzieningenrechter oordeelt echter dat deze motivering ontoereikend is, omdat verweerder onvoldoende heeft onderzocht of het voor verzoeker onevenredig bezwarend of belastend is om in Iran of een buurland een mvv-aanvraag in te dienen.
Verzoeker vreest voor zijn veiligheid in Iran vanwege zijn status als dienstweigeraar en de politieke situatie rondom zijn moeder, die als vluchteling in Nederland verblijft. Hij kan niet vrij reizen naar de Nederlandse ambassade in Teheran of Turkije zonder ernstige risico's te lopen. Verweerder heeft deze omstandigheden niet weersproken en kon ter zitting niet aangeven hoe verzoeker een appellabel besluit zou kunnen verkrijgen.
De voorzieningenrechter stelt vast dat verweerder het bezwaar ambtshalve had moeten toetsen en daarbij de relevante feiten en omstandigheden had moeten betrekken. Omdat dit niet is gebeurd, is het beroep gegrond verklaard en is het bestreden besluit vernietigd. Verweerder wordt opgedragen binnen vier weken een nieuw besluit te nemen. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat onmiddellijke uitspraak in de hoofdzaak passend is.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank verweerder tot vergoeding van de proceskosten en griffierechten ten behoeve van verzoeker. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter Boxem op 15 juni 2004.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder moet binnen vier weken een nieuw besluit nemen.