ECLI:NL:RBSGR:2004:AR6229
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit mvv-vereiste in strijd met standstill-bepaling Protocol EG-Turkije
Verzoeker, een Turkse onderdaan die illegaal in Nederland verblijft, vroeg om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd om als zelfstandige te werken. Verweerder wees de aanvraag af omdat verzoeker niet beschikte over een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv), een vereiste volgens de Vreemdelingenwet 2000.
Verzoeker stelde dat het mvv-vereiste niet mocht worden toegepast vanwege de standstill-bepaling in artikel 41 van Pro het Aanvullend Protocol bij de Associatieovereenkomst EG-Turkije. De rechtbank overwoog dat volgens het arrest Savas van het Hof van Justitie het recht op eerste toelating tot het grondgebied van een lidstaat wordt geregeld door nationaal recht en dat het Protocol geen recht op verblijf verleent aan illegaal verblijvende Turkse onderdanen.
Echter, de standstill-bepaling verbiedt lidstaten om nieuwe beperkingen in te voeren ten opzichte van de situatie bij inwerkingtreding van het Protocol. De invoering van artikel 16a in de Vreemdelingenwet 1965 in 1998, die het mvv-vereiste aanscherpte, werd als een nieuwe beperking beschouwd. Daarom was het besluit van verweerder in strijd met het Protocol en moest het worden vernietigd.
De rechtbank verbood tevens de uitzetting van verzoeker tot vier weken na een nieuwe beslissing op bezwaar en veroordeelde verweerder in de proceskosten. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wegens het mvv-vereiste is vernietigd als strijdig met het Aanvullend Protocol EG-Turkije.